Patrick van Veen, non-fictie, eerste druk 2006, Uitgeverij Business Contact
Boeken:
Help, mijn baas is een aap! - Patrick van Veen
Stel: drie organisaties fuseren. Er komt een nieuwe directeur. Binnen anderhalf jaar zijn er van de tien afdelingshoofden nog maar drie over. Waarom? Patrick van Veen geeft in zijn boek Help, mijn baas is een aap! een interessante verklaring: Met gezond verstand heeft het allemaal niets te maken, het gaat om oerdriften!
Een aap blijft aan de top als hij de sterkste is en zorgt voor het meeste nageslacht. Hoe sneller hij de kinderen van zijn voorganger uit de wereld helpt, des te eerder hij zelf nakomelingen kan verwekken. Daarom gaat de nieuwe leider van een groep apen vaak als een razende te keer, waarbij hij alle zogende kinderen vermoordt. Terug naar het voorbeeld: voor de nieuwe directeur zijn de zittende afdelingshoofden de 'nakomelingen' van zijn voorganger. Deze zal hij zo snel mogelijk vervangen door zijn eigen kindjes, dat wil zeggen functionarissen die hij zelf kiest en benoemt.
Bij apen (be)vestigt het alfamannetje zijn plek aan de top door imponeergedrag, het opeisen van de vrouwtjes en het verdelen van het aanwezige voedsel (na eerst zelf te hebben genomen). In de mensenwereld voelt de directeur instinctief wel aan dat het niet alleen draait om de formele organisatiestructuur. 'Al lijkt alles van bovenaf goed geregeld, we blijven gewoon een groep apen die zelf willen bepalen wie baas boven baas is,' stelt Patrick van Veen. Vandaar dat de directeur flink wat imponeergedrag zal vertonen om in de biologische structuur aan de macht te blijven. Dat gaat een stuk verder dan de uiterlijke verschijnselen die bij de functie horen, zoals de grootste kamer, een eigen parkeerplaats en een persoonlijke secretaresse. Van Veen: 'In bedrijven wordt het spel van verdelen en heersen, het afstraffen en vernederen, het belonen en opofferen net zo hard gespeeld als bij onze mede-mensapen in de natuur.'
De constante strijd om de macht zorgt bij mensen in organisaties voor veel stress. Bij apen is dat niet anders, maar Van Veen betoogt dat apen daar beter mee omgaan. Stress een normale biologische reactie, die zich uit in vechten of vluchten. Het wordt pas vervelend als - zoals de schrijver het uitdrukt - onze stress-computer op hol slaat. Apen vechten conflicten hard uit, maar dan is het ook echt opgelost. De verliezer verzoent zich met de winnaar door deze uitgebreid te gaan vlooien. Zo komt alles weer in evenwicht. Wij mensen zijn daar minder goed in; zowel in het uitvechten als in de verzoening zijn we halfzacht. Elkaar aanraken is taboe. Onze manier van communiceren is gebrekkig, omdat we ons te veel van onszelf bewust zijn. Op cursussen leren we 'nep-signalen' uit te zenden: we glimlachen ook als we niet blij zijn, we slaan bewust onze armen niet over elkaar omdat de cursusleider heeft gezegd dat dit wordt opgevat als een afstandelijke houding, enzovoort. Apen snuffelen na het ontwaken even aan elkaars schaamlippen, ze weten dan precies hoe de vlag erbij staat. Wij mensen maskeren onze geur opzettelijk met parfum en deodorant. Hoewel geleerden zeggen dat 85 procent van de communicatie non-verbaal is, sturen we elkaar emails en we zijn verbaasd als de ontvanger de boodschap totaal anders opvat dan we hem hadden bedoeld.
Volgens Patrick van Veen kunnen we niet alleen veel leren van apen in de dierentuin, maar ook van hun oppassers. Zij observeren de apen in een groep, pikken signalen op en leggen verbanden tussen gedragingen en gebeurtenissen. In organisaties is dat heel anders. Zoals Van Veen opmerkt: 'een hoog ziekteverzuim zal men zelden toeschrijven aan falend directiebeleid.' Als er in de dierentuin een nieuwe aap bij komt, gaan de oppassers uiterst voorzichtig te werk: wat zal het effect zijn op de groep? Wordt de sociale structuur niet te veel verstoord?
Hoe anders is dit als er een nieuwe functionaris wordt aangesteld in een organisatie! 'Bij een fusie is het bedrijf het middelpunt en niet de mensen. Er wordt vaak een immense flexibiliteit van mensen verwacht zonder dat daar iets tegenover staat.' Het advies is dan ook helder: 'Veranderen betekent zorgvuldig omgaan met mensen en vooral goed blijven volgen wat er gebeurt in een groep, dus kijken naar de mensen en niet alleen naar het bedrijf.'
De invalshoek van Patrick van Veen in dit boek is niet echt nieuw of origineel. In 1966 verscheen al het boek De naakte aap van Desmond Morris. Voor gelovige, esoterische types zijn vergelijkingen tussen mens en dier vaak aanmatigend. Als oud-leerling van de Vrije School herinner ik me nog dat de antroposofen met een weerwoord kwamen: De aangeklede engel, gechreven door 'de oude Mees' zoals hij in die kringen liefkozend werd genoemd, ter onderscheiding van de 'centen-Mees' (directeur van de toenmalige bank Mees & Hope). Naakte aap of aangeklede engel? Het blijft een interessante vraag. Biologen als Midas Dekkers en Frans de Waal zien vooral de overeenkomsten tussen mensen en apen.
De vele voorbeelden in het boek van Patrick van Veen zijn overtuigend en herkenbaar. Zo stelt hij bijvoorbeeld dat de motivatie voor een fusie met name wordt gevoed door 'de geldingsdrang van de leider en zijn behoefte een zo groot mogelijke groep te domineren.' Daarnaast zijn wij als mensen ook nog 'gevoelig voor het aanzien dat we genieten ten opzichte van anderen die juist buiten de groep staan.' Inderdaad is het zo dat op cursussen en andere bijeenkomsten van gemeenteambtenaren een van de eerste vragen aan een collega van een andere gemeente luidt: 'hoe veel inwoners heeft jouw gemeente?' Hoe meer inwoners, hoe meer aanzien de medewerker heeft.
De strekking van het boek is 'dat ons gedrag in een bedrijf voor een belangrijk deel wordt gestuurd door onze genen en dat ons verstand niet altijd een even grote rol speelt.' Luid en duidelijk komt deze boodschap over. Zelf hou ik meer van leidinggevenden die hun dierlijke driften in toom kunnen houden en zorgen voor een beschaafd, menselijk werkklimaat. Naast de mens is een aap het enige zoogdier dat in een spiegel zichzelf herkent. Misschien zou ik dit boek cadeau moeten doen aan mijn eigen baas...
Jeroen Louis, 4 december 2008


