Hertengeweien en gothische letters in de tropen: Ciudad del Este

De warmte, de geuren, het lawaai, de bonte kleuren die voorbij razen maken me licht in mīn hoofd. Op een stoepje zit ik op Lilian te wachten.

Het plan was dat ik zou gaan internetten terwijl zij een paar kledingwinkels zou bezoeken, maar langer dan vijf minuten hield ik het binnen niet vol. Buiten is het tegen de veertig graden. Binnen, zonder ventilator of airco was het warmer dan in de hel. Ik zag het zweet op mijn armen door de poriën van mijn huid naar buiten stromen. Een sauna met je kleren aan, zonder uitzicht op een koud stortbad na afloop.

Ciudad del Este is een zeldzaam vieze, chaotische, smerige stinkstad. Vanaf Foz do Iguaçu naderden we de Vriendschapsbrug over de rivier Paraná, de grensovergang tussen Brazilië en Paraguay en tevens de entree tot Ciudad del Este. Vrachtwagens, bussen en autoīs staan te ronken in de file. Wandelaars laten zich oppikken door een van de vele motortaxi's. Zoīn motorrijder stopt, je pakt de helm die hij je aanreikt, springt achterop en zo passeer je de grens. Controle is er niet. Het gaat snel, maar je riskeert je leven in het hectische verkeer. Met de lichte motorfietsen duiken ze in elk gaatje. De vele automobilisten lijken erop uit zijn zo veel mogelijk motorrijders plat te rijden, maar die weten steeds op het nippertje te ontsnappen.

Vlak over de grens laat Paraguay zich van zijn lelijkste kant zien. De straten zijn opgebroken, overal zand, keien, troep. Alom getoeter, uitlaatgassen, mensen die roepen, flarden muziek. Het schelle gefluit van agenten die manmoedig proberen wat orde te brengen in de verkeerschaos. Zwetende, ongeschoren mannen loeren vanuit hun plekje in de schaduw naar passerende vrouwen. Overal deinen borsten en billen. Heel jonge meisjes, zelf nauwelijks nog volgroeid, lopen met een zwangere buik. Jochies van zes proberen lootjes of kauwgum te slijten aan de automobilisten die in de file staan. In de reusachtige winkelcentra worden de nieuwste modellen computers en breedbeeldtelevisies tegen spotprijzen verkocht. De ontelbare kleine winkels puilen uit van mobiele telefoons, fitnessapparaten, fluitketels, zogenaamde merkparfums, illegaal gekopieerde cd's, ranzige porno en nagemaakte merkkleding.

De weg oversteken is levensgevaarlijk. Op de stoep is het nauwelijks veiliger. De gammele stalletjes met allerhande elektronische rommel - made in China - laten nauwelijks een halve meter open vanaf de muur. Vanuit het felle zonlicht kom je in het donker terecht, waar je blind tegen mensen opbotst. Het is een darkroom, je voelt overal handen. Stop je portemonnee op een veilige plaats, want die is zo verdwenen. Nergens een plantsoen of een terrasje om op adem te komen. In New York heb je een wijk met de naam Hellīs Kitchen; Ciudad del Este is daadwerkelijk de oven van de hel.

In 1957 werd de stad gesticht en vernoemd naar de dictator van dienst: Puerto Presidente Stroessner. Al snel werd dit het grootste smokkelaarsnest van Zuid-Amerika. Stroessner wist staatsgrepen op een afstand te houden door zijn generaals en ministers genereus te laten meedelen in de opbrengsten van grootscheepse smokkel van goederen en verdovende middelen alsmede uitgebreide witwaspraktijken en fraude met persoonsdocumenten. Alles vond plaats vanuit de stad waar ik nu zit, bij de grens met Brazilië en Argentinië. Als dekmantel bouwde Stroessner hier de electriceitscentrale bij de Itaipú-dam.

De val van de dictatuur betekende geenszins het einde van deze praktijken. Hardnekkige geruchten willen dat de lucratieve smokkel vanuit Ciudad del Este inmiddels is overgenomen door leden van de Libanese terreurbeweging Hezbollah en de Palestijnse Hamaspartij. Feit is dat de Arabische eigenaar van het grootste winkelcentrum van de stad door de Amerikaanse inlichtingendienst in verband wordt gebracht met Hezbollah.

Ergens had ik gelezen dat Hotel San Rafael niet slecht zou zijn. Na wat zoeken (we zijn er twee keer voorbij gelopen) vinden we het. In de donkere lobby, of wat daar voor doorgaat, worden we aangestaard door wat ongure types met veel plakkerig borsthaar. Een kamer met een tweepersoonsbed is niet beschikbaar, wel een met twee losse bedden. De prijs is 36 dollar. Niet weinig voor dit deel van de wereld. Ik wil die kamer eerst wel eens zien. Een vrouw gaat ons voor over een smalle trap. De muur is ooit beplakt met een soort vloerbedekking, die nu half loslaat. Het ruikt muf en stoffig. Helemaal in de nok is de kamer. Zes schots en scheef staande, onopgemaakte bedden. Door het open raam klinkt het lawaai van de straat. Juist ja. We zoeken toch nog maar even door.

Het tweede hotel is al niet veel beter. Uiteindelijk komen we even buiten het centrum, in een rustige straat, terecht bij Hotel Austria. Een Oostenrijks gebouw in de tropen, met veel hout, gothische letters en vlaggen met afschrikwekkende zwarte adelaars. Binnen aan de muur hertengeweien, vergeelde kleurenfoto's van Alpenweiden en achter de receptie recente portretten van lachende soldaten in Paraguayaans uniform. De tent wordt gerund door Frau Bayer. Sprechen Sie Deutsch? Het antwoord luidt bevestigend. Onze kamer ligt aan een galerij met een prachtig uitzicht over de groene grensstreek. Aan de overkant ligt Brazilië te schitteren in de zon.

Intussen zit ik nog steeds op Lilian te wachten. Naast me staat de bewaker, met een enorme gun in zijn handen. Bij vrijwel elke winkel hier staat zoīn figuur. Sommigen in uniform, andere gewoon in T-shirt en spijkerbroek, met zoīn schietapparaat dat Arnold Zwarzenegger heeft in de film Terminator II. Als er een overvaller komt is het Hasta la vista, baby!

Ik heb een houten achterwerk van deze stoffige stoep. In deze contreien zie je veel mensen de hele dag zo zitten. Ik snap niet hoe ze het volhouden. Het loopt tegen de middag. Straks gaan alle winkels dicht. We moeten nog bij het busstation zien te komen (geen idee waar dat precies is) en een kaartje naar Asunción bemachtigen. Ik hoop dat Lilian nu echt snel komt.

Jeroen Louis, 14 februari 2010

button-reizen  button-reageer  button-surf

Terug naar de startpagina