Regie: Martin Rejtman, docu/art-house, Argentinië, 2007, 54 min

Bedevaart naar Copacabana

De meeste mensen denken bij het woord Copacabana waarschijnlijk aan Rio de Janeiro, maar in de eerste plaats is het een bedevaartsoord aan het Titicacameer in Bolivia. Op de fundamenten van een heiligdom van de Inca’s bouwden de Spanjaarden hier een kerk, gewijd aan Maria, op deze plek aangeduid als de Virgen de la Candelaria. Aan het beeld van deze Zwarte Madonna worden speciale krachten toegeschreven. Net als in het Spaanse Santiago de Compostella komen hier in Copacabana van heinde en verre pelgrims met smeekbedes. Het beroemde strand in Rio de Janeiro dankt zijn naam aan een kapel gewijd aan de heilige maagd van Copacabana. Zij is officieel de beschermheilige van Bolivia.

copacabana

In 1999 was ik zelf in Copacabana, Bolivia. Vanaf de top van de processieheuvel heb je een prachtig uitzicht op het meer en het witte stadje. Voor de kerk worden dagelijks auto’s gezegend door een oude Duitse pastoor. Hij weet dat de bedevaartgangers niet van half werk houden. Kwistig spat hij het wijwater in het rond met een grote kwast. De motorkap moet even open om eronder te spatten en ook de wielen worden niet vergeten: een probaat middel tegen een klapband, zoals elke katholiek wel zal weten.

Op deze plek is te zien hoe smal nog altijd de scheidslijn is tussen het katholicisme en het oorspronkelijke geloof van de mensen. In dit deel van Bolivia zijn de Aymara’s in de meerderheid. Naast de te zegenen auto’s staan inheemse vrouwen met bonte kraampjes. Hier worden amuletten verkocht. Een kikker staat symbool voor materiële welvaart. Ik zocht een klein, goudkleurig kikkertje uit. De vrouw met bolhoedje deed hem in een plastic zakje met twee felgeel gekleurde zaden, een bolle ronde en een lange dunne, vrouwelijk en mannelijk. Deze zouden zorgen voor een goede vruchtbaarheid en de liefde. Dit alles werd bekroond met een gedroogd rood zaadje voor suerte, geluk. De verkoopster sprenkelde er prevelend wat alcohol overheen en mijn talisman was klaar. Bij het afrekenen ving ik toevallig nog wat wijwaterdruppels op van de pastoor, die een stukje verderop iets te hoog mikte bij een auto. Mij kon niets meer gebeuren.

Of het aan die amulet lag zullen we nooit weten, maar zeker is dat ik vele jaren gezond en wel naast mijn vrouw in een Rotterdamse bioscoop zat, met een goed gevulde portemonnee. We zaten klaar voor de wereldpremière van de film Copacabana van de Argentijnse regisseur Martin Rejtman.

dansend meisje

De film opent met een shot uit een rijdende auto, gevolgd door een bonte reeks beelden en geluiden van Boliviaanse dansgroepen. Uit de beschrijving in het programmaboekje wisten we dat de film niet speelt aan de oevers van het Titicacameer, maar eerder aan de monding van de Rio de la Plata, zo’n drieduizend kilometer naar het zuid-oosten. De idyllische aanblik van Copacabana is niet meer dan een gekoesterde herinneringvoor de meeste Bolivianen hier in de grauwe, povere buitenwijken van Buenos Aires. In de film toont een Boliviaan trots het fotoalbum van zijn land. De foto’s en prentbriefkaarten zijn vergeeld en de lijm heeft losgelaten.

Tienduizenden Bolivianen wonen in dit soort wijken in Buenos Aires. Ze maken lange dagen achter lawaaiige, antieke machines in door TL-buizen verlichte naaiateliers. Maar ’s avonds wordt er overal geoefend voor het dansfestival. Met veel inzet en zichtbaar plezier repeteren jongens en meisjes de danspasjes. Zo ver van huis houden veel Aymaravrouwen vast aan hun traditionele kledij. De mannen zwaaien op de maat met hun trompet en tuba. Even later zien we hoe deze mensen het land binnenkomen, op de grens tussen Villazón en La Quiaca. De lange busreis naar de Argentijnse hoofdstad begint. Dan is de film onverwacht afgelopen.

Martin Rejtman vertelde na afloop in Rotterdam dat hij de vraag had gekregen om het leven van mensen in Buenos Aires te filmen. Hij ontving een lijst met zo’n tien verschillende onderwerpen en koos deze uit. De camera registreert slechts, uitleg of een nadere toelichting ontbreekt. ‘Ik ben geen deskundige op het gebied van Bolivianen en Argentinië, ik heb gefilmd wat ik heb gezien’ aldus Rejtman.

Het beeld van de Bolivianen is ontroerend: kleine, bescheiden mensen die in armoede leven, keihard werken maar er toch iets van proberen te maken. De lange reis van de grens naar de hoofdstad, dertig uur in de bus met onderweg vele intensieve en vaak vernederende controles door arrogante Argentijnse douanebeambten heb ik zelf twee keer meegemaakt. Ook heb ik meerdere malen gelogeerd bij Bolivianen in het soort wijken zoals op de film is te zien. De montage is ‘artistiek’: dit is duidelijk niet bedoeld als documentaire, maar eerder als kunst met een grote K. Hoe de film overkomt op een kijker zonder deze kennis kan ik niet inschatten, maar voor mij is Copacabana een eenvoudige, mooie film.

Jeroen Louis, 30 januari 2007

Terug naar de startpagina

dansen

button-recht  button-reageer  button-surf