S. Vestdijk, roman, eerste druk 1934, 21e druk 1986, 193 blz, Nijgh & Ditmar
Boeken: Terug tot Ina Damman - S. Vestdijk
Momenteel leven we niet bepaald tijdens de hoogtijdagen van de Nederlandse literatuur. Mulisch en Wolkers rusten op hun lauweren. De toon wordt gezet door de 'nieuwe' generatie, met auteurs als Kluun, Grunberg en Heleen van Royen. Hier geldt het woord van Schopenhauer: 'Das Neue ist selten das Gute, weil das Gute nur kurze Zeit das Neue ist'. Maar geen nood, er zijn genoeg goede boeken beschikbaar. Mijn eindpresentatie op school ging over Vestdijk en ik herinner me dat ik bij die gelegenheid het slot van Terug tot Ina Damman heb voorgelezen. Deze week blies ik het stof van dat boek af om het na al die jaren te herlezen. Ik bleek het meeste al weer te zijn vergeten. Waarom zou een mens eigenlijk de laatste boeken kopen? Laat de waan van de dag en de boeken top 10 maar aan mijn neus voorbij gaan. Ik hou het bij de grote meesters. En als ik ze allemaal heb gehad, begin ik gewoon weer van voor af aan.
Terug tot Ina Damman was in 1934 de debuutroman van Simon Vestdijk. Na de gunstige ontvangst van dit boek besloot Vestdijk, die tot dat moment wat geld verdiende als tijdelijke vervanger van huisartsen, om zich volledig aan het schrijven te wijden. 'Veel schrijvers verwerken in fictie ervaringen uit hun eigen leven. Wanneer dat evident is spreken we van 'autobiografisch proza' of '‘autobiografisch getoonzet proza', maar terughoudendheid bij dat soort etiketten is geboden, omdat een schrijver in fictie toch altijd autobiografische elementen herarrangeert tot een verhalend geheel, dat sterk kan afwijken van de werkelijkheid’, zo staat het in Wikipedia (dus is het waar). Een waarschuwing aan leerlingen die voor school een uittreksel maken van Terug tot Ina Damman (hopelijk zijn die leerlingen er nog): schrijf niet dat het allemaal echt is gebeurd, want dan krijg je een onvoldoende. Toch zullen romans zelden autobiografischer zijn dan Terug tot Ina Damman. Het meisje uit de titel heeft echt bestaan, haar ware naam was Liesbeth Koning. Anton Wachter stond voor Simon Vestdijk en ook de jongens en meisjes uit de klas zijn te herleiden tot echte klasgenootjes uit Lahringen (=Harlingen).
Het verhaal gaat over de eerste jaren van Anton Wachter op de middelbare school. Hij wordt - op zijn manier - verliefd op een meisje: hij haalt haar op van de trein, draagt haar tas op weg naar school en noteert de weinige woorden die ze onderweg met hem wisselt in een schriftje. Er zijn ook andere vrouwen: een ondeugende dienstmeid die Anton betrekt in seksuele spelletjes en een blozend klasgenootje die graag wil zoenen. Uiteraard is er ook de beschermende moeder. Kind tussen vier vrouwen, de symboliek ligt voor de hand: Ina Damman is een ideaalbeeld van zuivere, platonische aanbidding. Anton besluit hoe dan ook trouw te blijven aan dit Idee (merk op wat de initialen van Ina Damman zijn).

Geleerde Vestdijk-kenners hebben hoogdravende beschouwingen gewijd aan dit gegeven. Zij zijn dan ook medeschuldig aan het feit dat Vestdijk, voor zover hij überhaupt nog bekend is, te boek staat als 'moeilijk' en 'taai'. De humoristische en aardse kanten van het boek blijven onderbelicht bij de geleerden. Helaas, want Terug tot Ina Damman is veel minder zware kost dan je zou denken . Het is juist een sprankelend boek met veel lichtvoetige ironie. De typering van de personages is meesterlijk. Du Perron omschreef het als meedogenloze satire: 'Al deze kleine viezerds, waar men de toekomstige viezerds van de burgermaatschappij al in proeven kan, zijn haast onovertrefbaar weergegeven.'
Die kleine viezerds zijn de klasgenootjes van Anton Wachter, die hem pesten met het woord 'vent', zoals zijn vader hem altijd noemde. Als Anton daar gevoelig voor blijkt te zijn, begint het pesten pas echt. Dit is een van de actuele, of beter gezegd tijdloze thema’s van het boek. Wie wil weten hoe pesten in zijn werk gaat, hoe een gepest kind zich voelt en hoe hij zich gaat gedragen, moet dit boek bestuderen. Vestdijk beschrijft het meesterlijk, met bijzonder veel psychologisch inzicht. Niemand schetst beter de binnenwereld, de gedachtespinsels van mensen dan Vestdijk. Met ironie en met oog voor alle nuances, zonder moraal en zonder de politiekcorrecte waan van de dag, zoals sommige hedendaagse bestseller-auteurs.
Wat de onderwerpen betreft putte Vestdijk uit zijn eigen herinneringen. Unieke indrukken zijn het niet, er zijn zo veel mensen die kunnen terugblikken op een jeugd waarin ze werden gepest en verliefd werden op een meisje uit de klas. Ook hier geldt het woord van Schopenhauer: 'Het doet er daarom, in het goede en in het kwade, oneindig minder toe wat iemand in zijn leven tegenkomt en ervaart, dan hoe hij het ervaart, hoe en in welke mate hij in het algemeen ontvankelijk is. (…) Hetzelfde voorval dat buitengewoon interessant is wanneer het een genie overkomt, zou voor een duffe kop een slome scčne uit het alledaagse leven zijn geworden.' De meeste mensen zullen, terugdenkend aan hun jeugd, hun schouders ophalen over hun kinderlijke naďviteit om zich vervolgens te wijden aan de dagelijkse beslommeringen van het leven.
Vestdijk deed het anders. Hij nam de gevoelens en gedachten van het kind dat hij ooit was uiterst serieus. Binnen in zijn werkkamer, met de gordijnen dicht, propjes in zijn oren en de stofzuiger aan om het geluid van de wereld buiten te houden, overdacht hij wat hij ooit had meegemaakt. Dit waren de bouwstenen waaruit hij zijn oeuvre opbouwde. Hij was kind geweest, had gestudeerd, maakte heel af en toe een reisje naar Duitsland en ging soms een avondje naar Amsterdam. Precies op de helft van zijn leven (al kon hij dat toen nog niet weten) besloot Vestdijk dat dit voldoende was; er was genoeg stof voor een schrijversleven. Zoals hij in het slot van Terug tot Ina Damman beschrijft, bleef hij inderdaad tot aan zijn dood op 72-jarige leeftijd onwankelbaar trouw aan zijn ideaalbeeld, 'aan iets dat hij verloren had, -aan iets dat hij nooit had bezeten'. Hij maakte van zijn bestaan geen kunstwerk, maar offerde de tweede helft van zijn leven juist op ten behoeve van de kunst zelf. Voor mij geen voorbeeld om na te volgen. Ik wil reizen, racen, liefhebben, leven, maar ook lezen. Daarom ben ik dankbaar dat Vestdijk zich opsloot in zijn schrijfkamer. Tweeënvijftig prachtige romans heeft hij nagelaten. Zeker de helft heb ik nog niet gelezen. Al zou ik het willen, ik heb niet eens tijd om de actuele boeken top 10 bij te houden!
Jeroen Louis, 11 augustus 2007


