José James, 7 mei 2008, Tivoli Oudegracht, Utrecht
Muziek: José James in Utrecht
Pianissimo, nauwelijks hoorbaar, zetten de toetsenist, drummer en bassist in als het applaus en gejoel zijn verstomd. Het geluid zwelt langzaam iets aan, maar de muziek blijft intiem. Als na een paar minuten de zachte klanken van dit soundscape zijn weggestorven, is het even stil. Dan barst het applaus weer los. Zanger José James betreedt het podium.
Op zijn debuutalbum The Dreamer heeft José James iets van een crooner; op het podium is hij meer een scatter. Hij gebruikt zijn stem als soloinstrument als hij improviseert op nummers van de door hem mateloos bewonderde John Coltrane. Hij beweegt zijn handen en vingers alsof hij een sax in zijn handen heeft. Later doet hij met zijn stem de staande bas.
Verspreid over het concert heeft James met elk van de muzikanten een moment: 'just drums, just drums'. Bassist Neville Malcolm en toetsenist Elan Mehler doen een stapje terug terwijl de zanger een uitstapje maakt met drummer Richie Spaven. Het is sowieso de avond van Spaven. James luistert goed naar wat er gebeurt. Als hij merkt dat Richie extra intens speelt legt hij zijn hand op de schouder van de bassist: Laat hem maar even gaan. Elke muzikant krijgt de ruimte om te schitteren.
Het publiek in Tivoli wordt steeds enthousiaster. José James maakt indruk met goede songs en veel improvisaties. Hij is opgegroeid in Minneapolis met Ierse en Panamese roots en hij woont in Brooklynn, tussen de rap en hiphop. Aan zijn kleding en stijl kun je dit zien. Toch maakt hij pure jazz en geen hiphop of pop met een sausje. In het concert maakt hij één keer een klein uitstapje naar de rap. Na afloop van dat nummer vraagt hij met een glimlach of het iets was, want hij is een jazz-zanger, geen rapper.
Een halfjaar geleden sprak ik Randy Weston na zijn optreden in Birdland, New York. De oude meester haalde herinneringen op aan de jazz scene in clubs op 52nd Street tussen 5th en 6th Avenue in de jaren '50. Deze zwoele avond in Tivoli aan de Oudegracht is zoals die legendarische concerten van toen geweest moeten zijn. Vanaf het begin creëert José James een ongedwongen, informele sfeer, alsof hij en de band aan vrienden wat nieuwe nummers laten horen. Bij een verkeerde inzet breekt hij het nummer af en beginnen ze gewoon opnieuw. Het kan allemaal. Elk nummer klinkt fris en nieuw, ook een standard als Moanin' van Art Blakey.
The Dreamer is een heerlijk album voor de kleine uurtjes. Mijn favoriet is Nola, gevolgd door Spirits Up Above, Park Bench People, Winter Wind. Eigenlijk zijn alle nummers op deze plaat goed. Op het podium doet José James meer up-tempo nummers, ook van Coltrane, die mede vanwege de auteursrechten niet op de cd staan. Het klinkt allemaal even lekker. Ik voorspel dat José James als één van de ontdekkingen naar voren zal komen uit het North Sea Jazz Festival deze zomer.
Jeroen Louis, 12 juni 2008


