Muziek: Frederick Loewe, tekst: Alan Jay Lerner, vertaling: Seth Gaaikema. Met Thom Hoffman, Céline Purcell, Hugo Haenen en Bob Fosko.
Musical: My Fair Lady
Zo’n website schept verplichtingen. Het publiek wil variatie. Dus bezocht ik voor het eerst van mijn leven een musical.
De gehaaste dame aan de andere kant van de lijn meldde mij dat voor de gewenste datum de show zou worden uitgevoerd in het Wul Foam Confectie Senner. Juist. Wat zei u nou precies? Het Wul Foam Confectie Senner in Den Haag, meneer! Churchillplein 10. Ik durfde het niet nog een keer te vragen, maar enig speurwerk leerde me dat het ging om het World Forum Convention Center. Toen ik het adres op de kaart van de routeplanner zag, begon het te dagen. Het betrof gewoon het Haagse Congresgebouw…
Op de avond zelf troffen we hier een gemêleerd publiek. Veel grijze mensen die zich keurig hadden opgedoft voor hun avondje uit, maar ook wel jongeren in T-shirt en spijkerbroek. Gezeten op het pluche raakte ik bijna bedwelmd door de grote wolk eau-de-cologne de bijna zichtbaar boven de stoelen hing. Voor een extra feestelijk tintje hadden de bezoekers zich eens flink bestoven en besprenkeld. Mijn neus begint spontaan te prikken als ik eraan terugdenk.
Licht uit, spot aan. Een proloog en daarna werd het decor door middel van schuivende panelen en zuilen omgetoverd tot een Londens straatbeeld à la Charles Dickens. Het verhaal gaat over een plat pratend bloemenmeisje dat het onderwerp wordt van een weddenschap tussen twee heren uit de upper class. Professor Higgins wedt dat hij haar binnen een bepaalde tijd zó netjes kan laten praten dat niemand op een gala zal vermoeden dat zij eigenlijk maar een straatmeid is. Als het na veel moeite lukt, laat de hooghartige professor het meisje vallen, maar zij heeft zijn hart al gestolen en even later smeekt hij haar met hem te trouwen. Eerst weigert ze natuurlijk, maar eind goed al goed.
Het verhaal en de afloop zijn tamelijk voorspelbaar. Het gaat dus meer om de kostuums, de liedjes en de show. My Fair Lady werd voor het eerst opgevoerd in 1960. Mijn buurvrouw was er toen waarschijnlijk ook al bij. Ze zong elk liedje lijzig lispelend mee. Thom Hoffman deed het leuk, net als Céline Purcell (mooie naam!) en Bob Fosko. Wel even iets anders dan de Raggende Manne, zo’n musical! Maar als ik zou moeten kiezen, doe mij dan toch maar de Manne. Zonder enige twijfel.
Het is een fijn avondje uit voor mensen die Ivo Niehe bewonderen om zijn talenkennis, Ron Brandsteder een enige man vinden en Caroline Tensen een vakvrouw. Niks mis mee, maar het is niet mijn cup of tea. Seth Gaaikema tekende voor de vertaling uit het Engels, misschien zegt dat genoeg. Het verhaal is oubollig en niet verrassend, maar de hele show zit beslist degelijk in elkaar. De musical bevat een paar geestige scenes. Het is vakwerk, dat moet ik ze nageven. De muziek is live. Jammer dat je niets ziet van het orkest, alleen af en toe de kuif en de handen van de dirigent.
Kortom, vooral doorgaan, maar mijn volgende musical zal ik niet eerder zien dan in 2050 of zo, als ik tachtig ben en te oud voor rock’n’roll. Misschien dat ik de musical als kunstvorm dan beter kan waarderen.
Jeroen Louis, 23 februari 2007


