North Sea Jazz, 9 juli 2010, Ahoy' Rotterdam
Jamie Lidell, José James, Tower of Power, Marcus Miller en Earth, Wind & Fire
Hij is lang, slungelig, bleek, ongeschoren, met een oenig kapsel, een rare bril en gaat gekleed in een veelkleurig showpakje. Verder heeft hij een motoriek die doet denken aan Herman, die jongen die wel eens bij Jensen de boel opvrolijkt met zijn dansimprovisaties. Maarrr… deze Jamie Lidell is een waanzinnig goede zanger en een geweldige muzikant. Het was mijn eerste concert op North Sea Jazz 2010 en de toon was gezet. 'Making music, that’s what we do,' zei hij, 'every time it’s different.' En zo is het. Met veel aanstekelijk enthousiasme en plezier en honderd procent gedrevenheid brengt Lidell zijn muziek. Waar iemand als Ryan Shaw meer een klassieke soulshow geeft, geeft Jamie Lidell juist steeds een verrassende draai aan de muziek. De lange solo met beatbox en ter plaatse opgenomen samples was te gek. De soulnummers onstuimig. Jamie Lidell bewijst dat afkomst of uiterlijk niet bepalend is voor de kwaliteit van de muziek. Het draait allemaal om talent. En die heeft Lidell in overvloed. Ik ben benieuwd welke richting hij in de toekomst op gaat. Als Jamie Lidell weer in de buurt is, ga ik zeker luisteren!
****
In een tent buiten (genaamd Congo), zou Gil Scott-Heron optreden. Kennelijk was er een programmawijziging, want de man die het podium betrad was toch echt José James. Eerder zag ik hem optreden in Tivoli en dat was fantastisch. Inmiddels heeft hij een totaal andere band. Maar ze spelen nog even delicaat. Helaas gingen alle subtiliteiten verloren in het geroezemoes en de drukte van het publiek in deze halfopen tent. Het was niet de schuld van José James of zijn band, maar op deze plek kwam hij helaas niet goed uit de verf.
***
Bekentenis: ik kende deze hele groep niet. Zo gebeurde het dan ook dat ik toevallig de zaal in liep toen ze net waren begonnen met hun concert. Ik had direct door dat dit iets bijzonders was. Een superstrakke rhythm section, veel blazers, een geweldige sound, funky muziek en vooral enorm veel plezier en pret op het podium. Bij Brian Setzer had ik al gemerkt hoe goed een big band kan klinken. De Tower of Power doet er niet voor onder. Ik kan me niet voorstellen dat er iemand in de zaal was die niet werd gegrepen door de grote geestdrift en uitstraling van deze band. Ze doen dit al 42 jaar bijna dagelijks, maar het klinkt fris en nieuw alsof ze voor het eerst sinds jaren eindelijk weer mogen. Oprichter Emilio Castillo zweepte het publiek en de band op tot grote hoogte. Een luid gejuich in de zaal toen zanger Larry Braggs in een Oranjeshirt opkwam (iedereen verwachtte toen nog dat het Nederlands elftal de volgende dag de WK-finale zou winnen). Een grandioos optreden.
****
Je hebt cool, als overtreffende trap übercool en dan daarboven als ultiem superlatief Marcus Miller. The coolest man on earth. En dat zonder arrogantie of chagrijn. Vriendelijk, enthousiast, en met een buitengewone uitstraling. In 1986 werd hij als jonge producent en bassist uitgenodigd door Miles Davis om muziek te schrijven en te produceren voor diens nieuwe plaat. Dit had twee redenen: ten eerste was Miles altijd op zoek was naar nieuwe richtingen en Marcus een jonge, veelbelovende muzikant/producer, die veel deed met nieuwe elektronische snufjes plus synthesizers en drummachines. De andere reden was een zakelijke: Miles had niet goed opgelet bij het tekenen van zijn platencontract bij een voor hem nieuwe platenmaatschappij en kwam er daardoor te laat achter dat de auteursrechten niet bij hem, maar bij Warner Bros lagen. Als ik dan toch niets krijg, ga ik ook geen nummers schrijven, dacht hij toen. Daarom liet hij dat grotendeels over aan Marcus Miller. Dit leidde tot de plaat Tutu, waarop de nummers dus op één na zijn geschreven en geproduceerd door Marcus Miller, die ook nog eens bijna alle instrumenten bespeelde. Miles Davis legde daar zijn briljante trompetsolo’s bovenop. Veel jazzfans uit die tijd waren geschokt door het gebruik van elektronische instrumenten, maar achteraf wordt het album Tutu als een baanbrekend werk beschouwd. Marcus Miller ontwikkelde zich sinds die tijd tot een bekend producer en bassist, die later met zijn solowerk veel succes had. In 2009 werd hij gevraagd om eenmalig het album Tutu uit te voeren bij een tentoonstelling over Miles Davis in Parijs. Dat deed hij en het beviel zo goed, dat de band ermee de wereld rondging onder de naam Tutu Revisited.
Ik had Marcus Miller nog nooit eerder live gezien. In één woord samengevat: Wow! Dit was voor mij het hoogtepunt van drie dagen North Sea Jazz. Vroeger hield ik nooit zo van slap bass (dat wil zeggen met je duim van je rechterhand de snaren aanslaan in plaats van tokkelen), dat was geen rock ’n roll en deed me denken aan slappe deuntjes van Level42. Maar wat een enorm heavy, funky sound als Marcus Miller op zijn bas tekeer gaat. Hij gebruikt zijn basgitaar volop als soloinstrument. En dan niet om heel technisch te pielen, zoals de bassist van Ryan Shaw, maar echt voor groovy solo’s. Het originele album Tutu uit 1986 vind ik nog steeds de moeite waard, maar je hoort (zoals de critici steeds zeggen) inderdaad wel een beetje de jaren ’80, met een overmaat aan drumcomputers en synthesizers. Anno 2010 speelt Miller het met zijn band zonder elektronica, dus alles gewoon live met een zeer goede drummer van vlees en bloed (Louis Cato). Wel is er een toetsenist, Federico Gonzalez Peña, die nog een beetje de sound van the eighties weet terug te brengen. Live anno 2010 klinkt het nóg beter dan op de plaat. Miles Davis is er niet meer (hij overleed in 1991 aan een hartaanval), maar de nieuwe trompettist, Christian Scott, is een waardige vervanger.
De show wordt echter gestolen door de saxofonist, een jongen van tweeëntwintig, genaamd Alex Han. Hij pakt de spotlight met solo’s die uit z’n tenen komen. Zelden heb ik een muzikant gezien die zo veel hart en ziel in zijn muziek stopt. Marcus Miller staat er zelf glunderend bij. Zoals Miller vroeger zelf de kans kreeg van Miles, zo gunt hij nu ook jonge talenten alle ruimte. Uiteraard legt de meester zelf een superstrakke groove neer en speelt hij waanzinnige solo’s op zijn bas. Het concert gaat een stuk verder dan alleen nummers van Tutu, ze spelen ook solonummers van Marcus Miller. Uiteraard wordt er geïmproviseerd. Zo speelt Miller opeens de melodie van When Doves Cry van Prince op zijn bas. Het gerucht ging al een tijdje dat Prince misschien een verrassingsoptreden zou doen bij het slotconcert op North Sea Jazz van Stevie Wonder. Misschien dat ze dat backstage hadden gehoord en hierdoor waren geïnspireerd. In elk geval voedde het de hoop bij de luisteraars. Marcus Miller pakte ook zijn basklarinet erbij. Veel te snel was het concert weer voorbij, maar ik heb genoten van elke maat.
*****
Dit is zo’n groep waar iedereen wel eens van heeft gehoord. Ze zijn natuurlijk vooral bekend geworden in de jaren zeventig en tachtig. Eén van de bekende gezichten van toen, Maurice White, speelt vanwege gezondheidsredenen niet meer mee (hij is achter de schermen betrokken), maar de anderen zijn er wel, zoals zanger Philip Bailey, die in 1984 solo nog een wereldhit had met Easy Lover (samen met Phil Collins), bassist Verdine White (op de foto hiernaast, hij zit sinds 1970 in de band) en Ralph Johnson (zang en percussie). Philip Bailey is de belangrijkste zanger van de groep, die verder is aangevuld met een groot aantal percussionisten, blazers en andere muzikanten. Ze begonnen meteen sterk met het bekende Boogie Wonder Land. Ik moet zeggen: ook al draai ik hun muziek niet wekelijks, ze spelen het live zo ontzettend goed en funky, dat het onmogelijk is om niet gegrepen te worden door het enthousiasme. Alle nummers zijn eigenlijk bekend, zoals September, Fantasy, Star, Let's Groove en de Beatles-cover Got To Get You Into My Life, ze klinken allemaal fris en aanstekelijk, zoals Earth, Wind & Fire het speelt. De cymbalen worden achterwaarts bespeeld en met een soort herhaalde kung-fu-trap. Vroeger had je bij Boney M die energieke zanger Bij EWF heb je hetzelfde energieniveau, maar dan maal twaalf. Met enorme overgave spelen ze de nummers. Een golf van energie straalt vanaf het podium de zaal in. Een grandioze afsluiter van de eerste dag.
****
Jeroen Louis, 25 juli 2010
Foto's:
Jamie Lidell, Tower of Power en EW&F: RonvanRutten.com
José James: Passetti
Marcus Miller: Thomas Faivre-Duboz


