Expositie, 18/09/2007 - 6/1/2008, The Metropolitan Museum of Art, 1000 Fifth Avenue New York

Kunst: The Age of Rembrandt in New York

Waarom zou je op een zomerse oktoberdag in New York het museum induiken om naar grijze Hollandse wolkenhemels, Delftse kerken, Middelburgse pleinen, Malle Babbe en Hendrickje Stoffels te kijken? Niet alleen om te genieten van de schilderijen zelf, maar ook omdat de tentoonstelling iets zegt over de geschiedenis van New York.


'Iedereen die wel eens in Holland is geweest weet dat het weer daar altijd grauw en winderig is. En Nederlanders zijn zwaar op de hand en serieus. Daarom zijn ze – even nowadays – dól op Italië en de Italianen, want daar is alles altijd zonnig en vrolijk.' Conservator Nadine M. Orenstein van het Metropolitan Museum of Art in New York wijst naar het arcadische landschap op de ets van Nicolaes Berchem. 'Amazing!' mompelden de Amerikaanse toehoorders. Op naar de volgende zeventiende-eeuwse tekening. De expositie met hoogtepunten van de Hollandse tekenkunst uit de Gouden Eeuw loopt tot 6 januari 2008, tegelijk met de échte publiekstrekker van dit moment: de tentoonstelling The Age of Rembrandt.


The Metropolitan Museum of Art

Tegen het einde van de negentiende eeuw, terwijl Billy the Kid en Jesse James het Wilde Westen van Amerika onveilig maakten, groeide er in New York een enorm welvarende bovenklasse. Rijk geworden met de aanleg van spoorwegen of suikerplantages hadden ze miljoenen te besteden. In deze kringen werd het chic om in Parijs oude meesterwerken te kopen om daar in New York mee te pronken. Sommige miljonairs hingen de schilderijen op in de salons van hun herenhuizen aan de Fifth Avenue, anderen schonken de werken aan het museum. Zo ontstond The Metropolitan Museum of Art. De eerste tentoonstelling in 1872 trok alleen al in de eerste drie maanden meer dan zesduizend enthousiaste bezoekers.

Henry G. Marquand was een spoorwegmagnaat die in 1883 de eerste Rembrandt naar Amerika haalde. Het ging om een portret van een onbekende man, gemaakt omstreeks 1650. Het doek kwam in het Metropolitan Museum te hangen. Als tegenprestatie werd Marquand even later benoemd tot directeur. Andere miljonairs van Manhattan konden niet achterblijven. Deze verzamelaars leven nog steeds voort in namen van straten en bedrijven: J. P. Morgan, Collis Huntington, William Vanderbilt. De meeste van hen werkten met tussenpersonen, die in opdracht overzee soms hele collecties tegelijk opkochten. Hollandse Meesters waren daarbij vanaf het begin erg geliefd bij de New Yorkers. Zij konden zich in die tijd identificeren met de Hollanders van de Gouden Eeuw: hard werken, veel verdienen, de Bijbel op tafel maar op een subtiele manier toch ook je rijkdom tonen aan de buren.

zelfportet

Het was in die dagen nog mogelijk om in Europa voor weinig een meesterwerk op de kop te tikken, zoals de eerste Vermeer van het Metropolitan, Vrouw met luit, die in Parijs werd gekocht voor 400 dollar. Maar de prijzen stegen snel. De eerste 'Amerikaanse' Rembrandt kostte 25.000 dollar. Vijf jaar later werd voor Rembrandts portret van Herman Doomen al 80.000 dollar betaald, terwijl men in 1913 de magische grens van één miljoen frank (zo’n 200.000 dollar) bereikte. Dat feit haalde toen alle voorpagina’s. Een aantal van die zo gretig aangekochte werken bleken later niet van de meester zelf maar van leerlingen te zijn. Soms was er ook kwade opzet in het spel: In 1928 kocht verzamelaar Jules Bache voor veel geld een Vermeer, die bij nader inzien vlak voor de aankoop door een Haagse vervalser was geschilderd.

De collectie van het Metropolitan Museum groeide enorm door alle schenkingen en erfenissen. Na de dood van de weduwe Havemeyer verhuisden alle tweeduizend schilderijen uit haar collectie naar het museum, waaronder diverse Rembrandts. Zo waren er diverse weldoeners. In 1901 bleek het museum bedacht te zijn in het testament van een tot dan toe onbekende man, ene heer Rogers. In één klap was men maar liefst 5 miljoen dollar rijker. Het geld werd belegd in een speciaal fonds, het Roger Fund. Tot op de dag van vandaag doet het Metropolitan aankopen uit dit fonds.

Een van de latere aankopen die werden gefinancierd uit het Roger Fund was een Braziliaans landschap van Frans Post, gemaakt in 1650. Een dergelijk schilderij zouden de verzamelaars van de eerste jaren waarschijnlijk links hebben laten liggen, want zij waren vooral op zoek naar 'typisch Hollandse' voorstellingen.

vermeer


'In the portraits of Rembrandt en Hals you are brought face to face with the seventeenth-century burgher and his wife; Vermeer and De Hoogh will show you how they lived at home, and while the Ruisdaels expose the character of the countryside and waterways in Holland the broadly humorous compositions of Jan Steen will people the scene for you with Hobbinol and his doxy', schreef een journalist in 1909 voor een New Yorkse krant.

De onder professoren heersende opvatting van die tijd was dat het Hollandse Meesters enigszins ontbrak aan fantasie, ze schilderden slechts wat ze zagen en verder niets. Tegenwoordig worden de schilderijen uit de zeventiende eeuw niet alleen financieel, maar ook artistiek hoger geschat. Voor het grote publiek maakt het allemaal niet veel uit. Vanaf het begin trokken de schilderijen veel bezoekers, en ook anno 2007 is het elke dag bijzonder druk bij deze tentoonstelling. En terecht! Een foto of reproductie doet geen recht aan de originelen. Deze meesterwerken moet je in het echt hebben gezien. Dat geldt voor Rembrandt, Vermeer en Hals, maar ook voor minder bekende meesters, zoals Simon de Vlieger, Hendrick van Vliet en Emanuel de Witte.

De grote golf van Amerikaanse verzamelwoede kwam omstreeks 1914 door een samenloop van omstandigheden ten einde. De prijzen waren ondertussen erg hoog en bovendien werd in 1913 in de VS de inkomstenbelasting ingevoerd. Door het uitbreken van de oorlog was het tijdelijk onmogelijk om nog in Parijs en Londen op koopjesjacht te gaan en overigens begon de eerste generatie miljonairs in New York rond deze tijd uit te sterven.

Toch kwamen er ook later nog diverse belangrijke werken van Hollandse Meesters in het bezit van het Metropolitan, bijvoorbeeld uit een erfenis van Frits en Rita Markus in 2005, een uit Nederland geëmigreerd echtpaar. Zij vervulden een omissie in de collectie: Het Metropolitan had namelijk nog geen schilderij van een winterlandschap met schaatsers. Zo zijn er nog een paar werken die het museum graag zou willen hebben, zoals een werk van Saenredam, een winterlandschap Averkamp en een werk uit de school van de Haarlemse maniëristen. De tentoonstelling The Age of Rembrandt geeft 135 jaar na de eerste expositie van het museum een boeiend inzicht in het ontstaan van deze fraaie collectie Nederlandse schilderijen. De opvolgers van Henry G. Marquand zullen ook de komende decennia nog bezig zijn om de verzameling uit te breiden en te verdiepen.

Tekst en foto's Jeroen Louis, 20 oktober 2007

Externe link: Site van het Metropolitan over deze expositie

Terug naar de startpagina