Reizen: Vliegeren in Saõ Paulo
Een in beton gegoten oerwoud, met wolkenkrabbers als woudreuzen, verkeersaders als rivieren, de autos zelf als roofdieren: Saõ Paulo is de enige echte urban jungle. Ooit las ik een stripboek over een stad na een wereldwijde ramp, een kernoorlog of zo. De straten en gebouwen waren vervallen en deels overwoekerd door begroeiing. Dat beeld komt in me op als ik in de buurt van het operahuis aan de Avenida Nove de Julho loop. Het verval is zichtbaar en alle gebouwen zijn overwoekerd door graffiti. En dat alles bij vochtige, tropische temperaturen.
De enorme uitgestrektheid van de stad wordt versterkt door het feit dat er geen centrum is. Een middelpunt ontbreekt. Geen Times Square, ook geen Eifeltoren of plein met paleis. Alleen straten met wolkenkrabbers. Achter elke hoek weer precies zo’n straat. Al loop je de hele dag door, het verandert niet. Overal verkeer en het gekrioel van miljoenen mensen. De Japanse wijk herbergt de grootste Japanse gemeenschap buiten Japan. Toch gaan ze bijna ongemerkt op in de smeltkroes.
's Avonds verandert de Rua Augusta. Vanaf het hoge balkon in deze straat, niet ver van de Avenida Paulista, hebben we een eersteklas uitzicht. De laatste helikopter stijgt op van het dak van het gebouw aan de overkant, de rijken vliegen terug naar hun goed beveiligde huis in een buitenwijk. Nachtvlinders nemen bezit van de straat. Niet besmuikt in een hoekje, maar luid lachend en pratend. Automobilisten stoppen, roepen iets. De meiden vatten het op als grap. Gieren het uit en zwaaien.
Neonreclame verlicht het tafereel. Er is net zo veel verkeer als overdag. De meesten hebben de radio op tien. Het getoeter gaat de hele nacht door. Een dronkaard loopt vloekend en schelden langs. Een hoer leunt op een auto terwijl ze door het geopende raam met de bestuurder onderhandelt. Maar er zijn ook keurige kantoormeisjes die terugkomen van hun werk.
In de hele wereld krijgen mensen een glimlach op hun gezicht als het over Brazilië gaat. Sierlijke voetballers, lekkere muziek, slanke gebronsde meisjes die altijd zin hebben: dat zijn de beelden die iedereen te binnen schieten. Natuurlijk, er zijn ook favela’s, de sloppenwijken, maar dat komt door het onrecht van het kapitalisme, waar de goedheilige president, die ook qua uiterlijk wel wat heeft van de kerstman, gelukkig snel korte metten mee zal maken. Denken veel Nederlanders.
In werkelijkheid is Brazilië is een van de grootste wapenexporteurs van de wereld. De armen schieten geen fluit op met hun socialistische president. De meeste vrouwen zijn dik en niet bepaald knap. Maar als je de cliché’s wilt zien, dan zie je ze. Want die zijn er natuurlijk ook wel. Trendwatcher Adjiedj Bakas voorspelt in zijn boek World Mega Trends dat het gunstige imago van Brazilië een van de factoren is die het land tot een mondiale supermacht zal maken. Wie weet?
Ondanks alles is het een prachtig land. Zelfs Saõ Paulo is een bezoek waard. Al was het maar om eens een echte stad mee te maken. Maar hou je ogen en oren open. Geloof niet alleen het sprookje. Kijk verder dan de oppervlakte.
Onderweg in de taxi naar het vliegveld zie ik jongens op de kale stukjes niemandsland tussen de rotondes en bij opritten van de ontelbare snelwegen. Ze vliegeren. Vertederd zie ik ze staan, ingespannen kijkend naar hun zelfgemaakte vlieger die als een vrije vogel door de lucht scheert. Een onschuldig kinderspel in deze harde wereld.
Later lees ik dat kinderen door middel van vliegers signalen geven aan de drugsbendes. Ze staan op de uitkijk voor de politie terwijl er wordt gemoord en gedeald.
Niets is wat het lijkt.
Jeroen Louis, 20 maart 2010
Foto: paellaking


