Harry Mulisch, roman, 213 blz, derde druk maart 2002, De Bezige Bij
Boeken: Siegfried - Harry Mulisch
Sommige mensen hebben bij voorbaat al iets tegen Harry Mulisch. Ik heb daar geen last van. Prima, als iemand zelfverzekerd is. Is Mulisch arrogant? Helemaal niet. Los van het feit dat voor een groot kunstenaar een beetje hooghartigheid helemaal niet erg is, heb ik hem op de televisie geduldig antwoord zien geven op de meest stompzinnige vragen. Mulisch lijkt me ondanks zijn beroemdheid een hele aardige, innemende man.
Welwillend begon ik dus aan Siegfried. Het verhaal begint goed, met een beschrijving van een paar dagen uit het leven van een bekende Nederlandse schrijver, die sprekend op de auteur zelf lijkt. Deze Rudolf Herter is korte tijd in Wenen, waar hij een druk programma heeft, met optredens in de media, een diner met de ambassadeur, voorlees- en signeersessies. Tijdens een vraaggesprek voor de televisie krijgt hij een idee, hij wil 'het enigma Hitler' te lijf gaan en hem vangen in een net van fictie. Naar aanleiding van de uitzending vertelt een ouder echtpaar hem dat ze bij Hitler en zijn trawanten op de Berghof hebben gewoond. Vervolgens onthullen ze een groot geheim.
Tot zover is het een spannend, goedgeschreven verhaal. Herter gaat terug naar zijn hotel. Hij begint zijn gedachten over Hitler te verklaren aan zijn vriendin Maria. Het boek leest 'als een trein' maar plotseling struikelen we over een enorme omgevallen boekenkast. Van Plato tot Nietzsche, Augustinus, Thomas, Kant, Marx, Wittgenstein, Hegel, Kierkegaard, Heidegger, Sartre, van Schopenhauer tot Wagner, alles heeft met alles te maken. Hier draaft de schrijver nogal door.
Harry Mulisch blijft de lezer verzekeren dat hij zichzelf niet snel al te serieus neemt. Dat is sympathiek, maar toch schuilt hierin ook de zwakte van dit boek: Het is puur een intellectueel spelletje. De Woeste Schreeuw, de Diepe Snik, de Onbegrensde Passie ontbreekt. Het is geen Van Gogh, maar M.C. Esscher. Van mij hadden al die mooie filosofieën wel wat meer in de vertelling zelf verwerkt mogen worden. Nu is het een mooi verhaal dat verzandt in een hoorcollege.
Op onverklaarbare wijze zitten we dan ineens te lezen in het Berlijnse dagboek van Eva Braun. Een typische kunstgreep, want het is voor ieder weldenkend mens een op z'n minst onwaarschijnlijk dat zo'n dagboek, zo het al geschreven zou zijn, ooit gevonden zou worden. En hoe komt het dan opeens in een boek van Harry Mulisch? Het is allemáál fictie, dat weet ik ook wel, maar ik zou toch wel een bevredigende verklaring willen. Ook een roman moet geloofwaardig blijven. Om te zeggen 'het was allemaal maar een droom' vind ik te makkelijk.
Het slot van Siegfried is erg melodramatisch. Ik geloof best dat Mulisch zich heeft laten inspireren door oude Germaanse sagen, het Nibelungenlied, Faust, Wagner en wat al niet meer, maar het ligt er allemaal een beetje te dik bovenop. Ik legde het boek met gemengde gevoelens neer. Mulisch is ontegenzeggelijk een groot schrijver, maar Siegfried is niet zijn meesterwerk. Een aardig ideetje dat nog in de kast lag, en waar de schrijver niet al te veel tijd aan wilde besteden. Het plot is niet goed uitgewerkt, waardoor de kniesoren al snel zullen roepen dat het verhaal voor Mulisch weinig meer is dan een kapstok voor semi-wijsgerig imponeergedrag. Aardig boek, maar volgens mij kan onze beroemdste schrijver beter. Moge Harry Mulisch minstens honderd jaar oud worden, zodat zijn allerlaatste roman weer een hoogtepunt wordt.
Jeroen Louis, 23 december 2008


