Filosofie: Niet zo somber?

Overheden wantrouwen hun burgers, bedrijven houden hun werknemers in de gaten. Zou het beter zijn als deze somberheid omslaat in optimisme? Nee, daarmee zouden we het wezen van de mens ontkennen. Dat is funest. Pleidooi voor meer realisme.

cover


In het veelgelezen prachtblad HP/De Tijd van 10 augustus 2007 staat een interessant artikel van Bart de Koning, getiteld 'Niet zo somber'. De auteur signaleert een sfeer van toenemende controle en betutteling waartegen niemand protesteert. Als voorbeelden noemt hij onder meer de plannen voor een elektronisch dossier met risicoprofiel voor alle kinderen en bedrijven die hun personeel in de gaten houden. De verklaring voor deze ontwikkeling is volgens De Koning het 'sombere mensbeeld' van tegenwoordig, dat zou zijn doorgeslagen als reactie op het optimisme van de jaren zestig tot en met de Paarse kabinetten.

Maar is dat echt waar het om gaat? Een rooskleurig mensbeeld lijkt niet echt te worden gestaafd door de wrange werkelijkheid, zie bijvoorbeeld het artikel over de toestand in Zuid-Afrika in hetzelfde nummer van HP/De Tijd: de voorheen zo vereerde vrijheidsstrijders van het ANC blijken feitelijk geen haar beter te zijn dan de vroegere boevenbende van Botha en co met hun misdadige apartheidsregime. Zuid-Afrika is van de regen in de drup gekomen. Zo zijn er in het nieuws, in de geschiedenis en in ieders directe omgeving nog talloze voorbeelden te vinden.

Er vanuit gaan dat de mens een goede inborst heeft, zoals De Koning in 'Niet zo somber!' bepleit, is mogelijk, maar een realistische kijk op de aard van de mens hoeft nog niet gelijk te staan met somberheid en pessimisme. Het weinig nut om te treuren over zaken die nu eenmaal onveranderlijk zijn. Bovendien, de mens heeft dan wel boze aandriften, hij is voor een deel wel in staat deze – zij het met moeite – te bedwingen.

De toenemende betutteling en controle is inderdaad een zorgelijke tendens, maar een 'somber mensbeeld' als oorzaak is misschien niet een goede duiding van het fenomeen. Een nuchtere kijk op de conditio humana zou niet hoeven te leiden tot deze ontwikkeling. Bladeren we nog een stukje verder in hetzelfde nummer van HP/De Tijd, dan vinden we daar een andere verklaring voor de huidige ontwikkelingen in Nederland, namelijk in de woorden van Polybios, zoals geparafraseerd door Bart Jan Spruyt: zonder morele basis gaat iedereen doen wat hij wil, en dat leidt tot de komst van een autoritaire leider.

De uitweg uit de huidige toestand van controle en betutteling ligt wellicht niet zo zeer in het cultiveren van een al te optimistische kijk op de menselijke natuur, maar eerder in de terugkeer van een gezond wantrouwen tegen de Staat en meer nadruk op de eigen verantwoordelijkheid van de onderdanen.

Intussen, met de Staat als albedil en het ontbreken van protest, lijken we – niet ondanks maar misschien zelfs wel juist dank zij de jaren zestig en Paars - te zijn beland in een situatie zoals beschreven door Alexis de Tocqueville:[1]

democratie

'Boven de mensen verheft zich een immense en beschermende macht, die in haar eentje is belast met het veiligstellen van hun genietingen en het waken over hun lot (…) ze voorziet in hun veiligheid, zorgt voor en waarborgt hun behoeften, vergemakkelijkt hun genoegens, hoedt hun belangrijkste aangelegenheden, dirigeert hun inspanningen, regelt hun nalatenschappen, verdeelt hun erfenissen; kan ze niet de moeite van het denken en de pijn van het leven geheel van hen wegnemen?

(…)De gelijkheid heeft de mens voor al deze zaken geprepareerd: ze heeft hem ertoe gebracht ze te verdragen en ze zelfs te beschouwen als een weldaad. Na zo om de beurt elk individu in zijn machtige handen te hebben genomen en hem naar zijn wens te hebben gekneed, strekt de soeverein zijn handen uit naar de samenleving in haar geheel; hij bedekt de oppervlakte ervan met een netwerk van futiele, gecompliceerde, minutieuze en uniforme regels, waardoorheen de origineelste geesten en de krachtigste zielen zich geen weg weten te banen om de massa te overtreffen; hij breekt de wil niet, maar hij verzacht, buigt en leidt hem; hij dwingt zelden te handelen, maar hij verzet zich tegen wat men onderneemt; hij vernietigt niet, hij verhindert het ontstaan; hij tiranniseert niet, hij hindert, toomt in, verzwakt, smoort, versuft en reduceert ten slotte elke natie tot niet meer dan een kudde timide en bedrijvige dieren, waarvan de overheid de herder is.'

Jeroen Louis, 17 augustus 2007

Noot:

[1] Het citaat heb ik ontleend aan het boek Geografie van goed en kwaad van Andreas Kinneging, Utrecht 2005. De vertaling heeft hij waarschijnlijk overgenomen uit de bloemlezing met teksten van Tocqueville: Democratie: wezen en oorsprong, Kampen 2004. Klik hier voor de originele, Franse tekst. terug

Terug naar de startpagina