Klik op de links in de tekst voor foto's (openen in nieuw venster)

Doe je tv uit: leef je leven - Valparaiso

De zoute geur van zeewater en olie, krijsende meeuwen, vaag geronk in de verte. Er is geen twijfel mogelijk, dit is een havenstad. Op het dak van ons hotel hebben we een ruim uitzicht op het water, waar in de ochtendnevel grote en kleine schepen voor anker liggen, omarmd door baai. Vanaf de hoogte van de Cerro Concepción lijkt het op Madurodam. Kranen glijden over de rails langs vale, veelkleurige containers. Het verkeer op de boulevard is al goed opgang gekomen. De dag is begonnen.

Valparaiso. Ooit werkte ik in de vakantie bij de PTT, afdeling buitenland. In rekken hingen muffige postzakken van jute. Een medewerker gooide de pakjes met een boog in de geopende zakken. Als ze vol waren, moest ik de zakken sluiten en voorzien van een bijpassend kaartje: Addis Abeba, Kaapstad, Singapore, Panama, Valparaiso. Vooral de naam Valparaiso wekte visioenen op: paradijselijk, onbekend en vooral: ver.

Vele jaren later verblijven we een paar weken in de Andes. Ook daar, kortademig in de stoffige, ijle lucht van het Boliviaanse hooggebergte, denk ik aan onze laatste bestemming in Latijns-Amerika: Valparaiso. Voor mijn geestesoog zie ik palmen, witte stranden en de blauwe oceaan. Valparaiso is voor mij een wenkende belofte.

'Breng ons naar een leuk hotel in een buurt met restaurantjes, dicht bij het strand,' verzoek ik de taxichauffeur nadat we onze koffers uit het ruim van de bus hebben gehaald. Die opgave is blijkbaar moeilijker dan ik had gedacht. De taxichauffeur trekt zijn wenkbrauwen op. Is het mijn accent? Ik herhaal mijn vraag. De chauffeur kijkt peinzend in de verte. 'Een strand heb je hier eigenlijk niet,' zegt hij. Opeens klaart zijn gezicht op. Hij kijkt ons aan en noemt de naam van een wijk. 'Zou dat misschien wat zijn?' Ik heb natuurlijk geen flauw idee, maar stem direct toe. 'Een uitstekend idee! Vamos!'

valpo


De eerste keer dat je door een vreemde stad rijdt, is altijd de mooiste. De voorstelling die je eerder in je hoofd hebt gemaakt is nog niet ingehaald door de werkelijkheid. Alles is nieuw en opwindend als je gretig je eerste indrukken verwerkt. Voortgaand door de schemerige stad constateren we dat Valparaiso groter is dan we hadden vermoed. Lange lanen met negentiende-eeuwse gebouwen, af en toe onderbroken door zo’n vierkant plein met plantsoen zoals je die in heel Zuid-Amerika ziet. Uiteindelijk verlaten we de doorgaande weg om een klein straatje in te slaan. Hier gaat het steil omhoog. Terwijl de chauffeur terugschakelt weerkaatst het geluid van de zwoegende motor tegen de wanden. De straten worden steeds nauwer, met hoge stoepen en veel trappen.

Vannacht was onze eerste nacht in Valparaiso. Hotel Manoir Atkinson ligt precies op het randje van de berg. Aan de ene kant kun je uit het raam springen om in een steegje te komen. Als je dat aan de andere kant zou doen, val je honderd meter naar beneden en kom je terecht in een van die lanen waar we op de heenweg door reden. Vanaf het dak zien we links de baai en rechts de duizenden huisjes van de stad. Op de afgeplatte top van een rots ligt een oude begraafplaats.Wie zich omdraait in zijn graf loopt een goede kans naar beneden te rollen. We dalen de trap af en komen in de kleine lobby van het hotel, ingericht als een woonkamer uit de tijd dat dit oude huis is gebouwd. Door de voordeur bereiken we de Paseo Atkinson, een wandelpromenade met een fantastisch uitzicht. De geluiden van het verkeer en de mensen komen vanuit de diepte omhoog. Dáár willen we naar toe, naar beneden, naar de stad.

Door een doolhof van steile paadjes bereiken we een van de beroemde antieke liften van Valparaiso. Filmer Joris Ivens maakte ooit een film waarin deze ascendores een hoofdrol spelen. Er is sindsdien niet veel veranderd. In het wachthokje bedient een machinist zwijgend de oude machine. Het wiel draait, de lift is in aantocht. Niet helemaal gerust betreden we het gammele bakje. Door de kieren in de oude vloer zien we de diepte. Met een schok komt het geval in beweging en krakend en piepend en met rammelende kettingen dalen we af over de rails, bijna verticaal tegen de rotswand. Het gaat sneller dan gedacht. Beneden rekenen we vijf pesos af. Te voet zouden we er minstens een half uur over hebben gedaan, met stijve kuiten als toeslag, dus het lijkt me een gunstige transactie.

Eindeloos zwerven we door Valparaiso. In het oude deel bij de haven liepen vroeger matrozen zingend van kroeg tot kroeg. Nu is het morsige buurtje uitgestorven. Nabij een van de pieren vinden we een groot, uitgewaaid plein. Een enorm standbeeld verwijst naar maritieme heldendaden uit vervlogen tijden. De marine is gehuisvest in een oud, geornamenteerd maar verder grijs gebouw. Het schijnt dat er in de tijd van de dictatuur hier een speciaal oorlogsschip was waarop in het geheim politieke gevangenen werden gemarteld. Het is moeilijk voorstelbaar dat dit soort dingen hier gebeurden, de Chilenen zijn zo rustig en vriendelijk. We gaan op zoek naar de ingang van het hotel Reina Victoria. Navraag in een winkel leert ons dat het hotel al jaren geleden is gesloten.

Na de leegte van het plein komen we in in het zakendistrict, waar de beurs is omringd door statige bankgebouwen. De ochtendnevel is opgetrokken. Met een zonnebril op lopen groepjes mannen in pak luidruchtig naar hun vaste lunchlokaal. Om de volgende hoek zal het centrum wel zijn, denken we steeds. Maar tevergeefs. We verlangen naar een terras om onze voeten wat rust te gunnen en de kelen te laven. Maar we kunnen lang zoeken. Ook de zee is hier beneden ver weg. Achter een spoorbaan en een drukke weg, onbereikbaar voor voetgangers, klotst het water onhoorbaar tegen kades waar vreemdelingen nog altijd niets te zoeken hebben.

valpo We nemen de bus naar Viña del Mar. Een ijscoman stapt in, verkoopt ons snel een ijsje en springt weer uit de langzaam rijdende bus. In Viña zien we voor het eerst het strand. Maar ook hier niet echt een centrum met terrassen. Valparaiso en Viña del Mar blijken net zo langgerekt te zijn als Chili zelf.

Terug in Valparaiso stijgen we met een oude ascendor weer op naar de oude bovenstad. Hier waart nog steeds de geest van Pablo Neruda. Vanuit smalle steegjes met loslopende katten en honden hebben we af en toe opeens een prachtig uitzicht op de baai. In 1578 kwam Francis Drake hier binnenzeilen om de stad te plunderen. Een paar jaar later volgde Joris van Spilbergen zijn voorbeeld. Charles Darwin kwam met vreedzame bedoelingen. Zowel Salvador Allende als Augusto Pinochet werden in deze stad geboren.

Door de steile straatjes zwervend, beginnen we steeds meer op de talrijk aanwezige straathonden te lijken: hijgend en tong uit de bek. ‘Doe je tv uit, leef je leven’ is de boodschap van de bewoners van de Cerro Alegre. Geheel toevallig belanden we in een hip vegetarisch restaurant. De ingang is goed verborgen in een kleine doodlopende steeg. We zijn de enige gasten. Zelden hebben we zo lekker gegeten. De zeelucht en een volle maag maken ons slaperig. Met blaren op onze voeten strompelen we door de warme nacht terug naar het hotel. In de spiegel constateer ik dat ik stevig verbrand ben. De bries vanuit de Pacifische Oceaan heeft de krachtige zonnestralen goed gemaskeerd. De klok van de Lutherse kerk slaat twaalf als we ons neervlijen op ons krakende bed.

Tekst en foto's Jeroen Louis, 5 april 2008

button-reizen  button-reageer  button-surf

Terug naar de startpagina