Recht: Wetsevaluatie - deel 1 van 5

De stelling 'Een wet die een evaluatiebepaling bevat, wantrouwt zichzelf' is in zijn algemeenheid onjuist. De waarde van de stelling ligt echter in de waarschuwing die ervan uitgaat.

Dit is deel 1 uit een serie over wetsevaluatie. De complete serie bevat vijf artikelen.

Deel 1: Deel 1: Inleiding: de evaluatiecultuur in Nederland
Deel 2: wat houdt wetsevaluatie in en welke doelen wil men ermee bereiken?
Deel 3: hoe ziet een evaluatiebepaling eruit? (nog te verschijnen)
Deel 4: kanttekeningen en alternatieven (nog te verschijnen)
Deel 5: conclusies (nog te verschijnen)

'Een wet die een evaluatiebepaling bevat, wantrouwt zichzelf.' Deze uitspraak van J.C.M. Leijten, aangehaald door H.B. Winter, die zich overigens haast er bij te zeggen dat Leijten zijn uitspraak 'uiteraard' schertsend bedoelde, staat centraal in deze serie artikelen.[1]

In Nederland is inmiddels, in de woorden van Winter, een 'evaluatiecultuur' ontstaan, waarin het vanzelf spreekt dat wettelijke regelingen worden geëvalueerd op basis van waargenomen effecten of effectiviteit.[2] Een wetsvoorstel van de zijde van de regering waarin niet bij voorbaat een evaluatiebepaling is opgenomen, komt de minister vrijwel zeker te staan op de vraag vanuit het parlement waarom dat zo is.[3] Ook de Raad van State let hierop. De Raad adviseert de regering aan bij afwezigheid van een evaluatiebepaling om die keus in elk geval goed te motiveren.[4]

In beide Kamers van de volksvertegenwoordiging wordt vaak gesproken over evaluatie. Ik zal dit illustreren aan de hand van een klein onderzoekje in Parlando, het zoeksysteem voor parlementaire stukken op het internet.[5] Wie voor de maanden april, maart en februari van 2006 de zoekterm '‘evaluatie' intikt, krijgt respectievelijk 288, 257 en 281 'hits'. In sommige gevallen gaat het om evaluatie van beleid, maar meestal betreft het evaluatie van wet- en regelgeving. Ter vergelijking kan men dezelfde zoekopdracht uitvoeren voor 1996. Het aantal hits is dan respectievelijk 136, 96 en 157. Het lijkt er dus sterk op dat het begrip 'evaluatie van wet- en regelgeving' in de afgelopen tien jaar veel aan populariteit heeft gewonnen in de Staten-Generaal.[6] Het aantal bureaus en instituten, die diensten aanbieden op het gebied van de evaluatie van wet- en regelgeving, is eveneens sterk toegenomen. Er is kennelijk een markt ontstaan voor evaluatieonderzoek.

'Een wet die een evaluatiebepaling bevat, wantrouwt zichzelf.' De suggestie die in deze stelling ligt besloten, luidt dat men door het opnemen van een evaluatiebepaling kennelijk niet gerust is op de kwaliteit van de wet zelf. Waarom zou men anders al bij de vaststelling van de wet willen bepalen dat deze over enige tijd al weer moet worden geëvalueerd? Is een zekere duurzaamheid niet een kenmerk van een goede wetgeving, en houdt dat niet in dat wetten niet te snel worden aangepast of veranderd, bijvoorbeeld als gevolg van een al te snelle evaluatie? 

In de volgende delen van deze serie hoop ik een antwoord te vinden op deze vragen. Daartoe zal ik eerst beknopt weergeven wat wetsevaluatie inhoudt en welke doelen men met het evalueren wil bereiken. Vervolgens zet ik enige algemene kanttekeningen bij wetsevaluatie. Het opnemen van een evaluatiebepalingen in wetgeving, een veelgebruikte vorm van wetsevaluatie, wordt in een aparte paragraaf besproken. De vraag of dit een effectieve manier van wetsevaluatie is zal ik aansluitend behandelen. Daarna neem ik enkele alternatieven voor het opnemen van evaluatiebepalingen onder de loep. Dit alles leidt uiteindelijk tot een conclusie, waarbij de stelling wordt getoetst aan de bevindingen en ik mijn mening geef over het instrument wetsevaluatie.

Jeroen Louis, 17 december 2008

button-recht  button-reageer  button-surf

Noten:

[1] H.B. Winter, Evaluatie van wetgeving. Structurering en institutionalisering van wetsevaluatie in Nederland, preadvies VVSRBN 2002, p. 34 (noot 55). terug

[2] H.B. Winter, a.w. 2002, p. 31. terug

[3] Zie bijvoorbeeld de vragen van Tweede-Kamerlid Balemans in het debat over een herziening van de Tweede Fase op 24 januari 2006, Handelingen 2005-2006, nr. 40, Tweede Kamer, p. 2639-2689. terug

[4] Zie bijvoorbeeld het advies van 21 april 2005 inzake een wijziging van de Wet op het voortgezet onderwijs, Kamerstukken II 2004/05, 30 187, nr 4. terug

[5] Zie parlando.sdu.nl/. terug

[6] Zie voor een interessant historisch overzicht van wetsevaluatie het rapport van E.T.M. Olsthoorn-Heim, Vijf jaar evaluatie regelgeving via ZonMw, p.13 e.v., te vinden op www.zonmw.nl. terug

Deel 1: Inleiding: de evaluatiecultuur in Nederland
Deel 2: wat houdt wetsevaluatie in en welke doelen wil men ermee bereiken?
Deel 3: hoe ziet een evaluatiebepaling eruit? (nog te verschijnen)
Deel 4: kanttekeningen en alternatieven (nog te verschijnen)
Deel 5: conclusies (nog te verschijnen)

Terug naar de startpagina