Recht: Wetsevaluatie - deel 2 van 5

Evaluatie is een middel om de kwaliteit van de wetgeving te verhogen, uiteraard ervan uitgaand dat er de resultaten van de evaluatie leiden tot aanpassing van de wet, mocht dat nodig zijn.

Dit is deel 2 uit een serie over wetsevaluatie. De complete serie bevat vijf artikelen.

Deel 1: Inleiding: de evaluatiecultuur in Nederland
Deel 2: wat houdt wetsevaluatie in en welke doelen wil men ermee bereiken?
Deel 3: hoe ziet een evaluatiebepaling eruit? (nog te verschijnen)
Deel 4: kanttekeningen en alternatieven (nog te verschijnen)
Deel 5: conclusies (nog te verschijnen)

In deel 1 van deze serie stelde ik dat er steeds vaker sprake is van evaluatiebepalingen. In deze tweede aflevering zal ik beknopt weergeven wat wetsevaluatie inhoudt en welke doelen men met het evalueren wil bereiken.

Wetsevaluatie is volgens de definitie van Eijlander en Voermans het doelgericht verzamelen en analyseren van gegevens over de werking van een wettelijke regeling in de praktijk en de beoordeling daarvan in het licht van de bedoelingen van de wetgever.[1] De wetgever staat met het invoeren van een wet een bepaald doel voor ogen. Dat doel blijkt uit mondelinge en schriftelijke toelichtingen in het proces van totstandkoming van de wet en in het eindproduct. Door middel van het doelgericht verzamelen en analyseren van praktijkgegevens kan enige tijd na de inwerkingtreding worden getoetst in hoeverre die doelstellingen zijn bereikt. Evaluatie is dus systematisch en vooral: doelgericht. Bij het verzamelen en analyseren van gegevens moet men steeds voor ogen houden wat het doel is van die activiteit, namelijk het toetsen en beoordelen van de werkelijke effecten van de wet aan de oorspronkelijke doelstellingen van de wetgever. [2]De evaluatie wordt ook wel eens aangeduid als effectmeting.[3]

Bij wetsevaluatie gaat het er dus om te bezien in hoeverre de doelen, die wetgever met de regeling nastreefde, zijn bereikt. De achterliggende gedachte is daarbij natuurlijk het bijsturen of anderszins aanpassen van de wet, mocht blijken dat het doel met de oorspronkelijke wet niet of niet geheel wordt bereikt. Knelpunten kunnen op die manier worden opgelost. Wetgeven is zo bezien een cyclisch proces, dat niet eindigt met het invoeren van een wet, noch bij de uitvoering en handhaving van de wet in de praktijk. Evaluatie is een middel om de kwaliteit van de wetgeving te verhogen, uiteraard ervan uitgaand dat er de resultaten van de evaluatie leiden tot aanpassing van de wet, mocht dat nodig zijn.

In de praktijk zijn er naast kwaliteitszorg echter ook andere motieven te vinden voor wetsevaluatie. Zo blijkt een evaluatiebepaling vaak te functioneren als smeerolie in het politieke besluitvormingsproces. De betrokken minister krijgt op die manier bijvoorbeeld een meerderheid van de kamer mee voor zijn wetsvoorstel.[4] Verder kunnen fracties wetsevaluatie inzetten als strategisch instrument om bepaalde gevoelige onderwerpen periodiek weer op de agenda te krijgen. Tot slot heeft de evaluatie vaak nog een legitimerende functie: het maatschappelijk draagvlak kan worden vergroot als de mogelijkheid wordt geboden om via de evaluatie tegengeluiden te uiten.[5]

In het volgende deel plaats ik enige algemene kanttekeningen bij wetsevaluatie.

Jeroen Louis, 30 maart 2009

button-recht  button-reageer  button-surf

Noten:

[1] Ph. Eijlander en W.J.M. Voermans, Wetgevingsleer, Den Haag 2000, p. 356. terug

[2] Binnen het begrip wetsevaluatie kan men diverse soorten en methoden onderscheiden. H.B. Winter heeft deze categorieën beschreven. In het bestek van dit essay ga ik daar verder niet op in. Zie hierover Ph. Eijlander en W.J.M. Voermans, a.w. 2000, p. 357 e.v. terug

[3] Vgl. J.M. Polak, ‘Marktwerking, deregulering en wetgevingskwaliteit. Een merkwaardige trits?’, NJB 2001, p. 2129 45. terug

[4] Zie Ph. Eijlander en W.J.M. Voermans, a.w. 2000, p. 363. Winter spreekt van ‘Haarlemmerolie’ en de 'waan van de dag' als het gaat om het beslissen over evaluatiebepalingen, zie H.B. Winter, a.w. 2002, p. 32. Overigens kan het ook de andere kant opwerken, als de minister een amendement doorvoert waarover hij weinig enthousiast is. Dit gebeurde bijvoorbeeld bij de invoering van de Wet Bopz, zie H.B. Winter, a.w. 2002, p.35. Polak spreekt over evaluatie als een ‘politiek drukmiddel’, zie J.M. Polak, ‘De wetgeving van het Departemenet van Justitie’, NJB 1995, p. 10.terug

[5] Ph. Eijlander en W.J.M. Voermans, a.w. 2000, p. 363. terug

Deel 1: Inleiding: de evaluatiecultuur in Nederland
Deel 2: wat houdt wetsevaluatie in en welke doelen wil men ermee bereiken?
Deel 3: hoe ziet een evaluatiebepaling eruit? (nog te verschijnen)
Deel 4: kanttekeningen en alternatieven (nog te verschijnen)
Deel 5: conclusies (nog te verschijnen)

Terug naar de startpagina